Firma Jacoba Maria Wortelboer's Kruiden
Een trotse, recht in de lens kijkende vrouw met wat bijna lijkt op een glimlach, kijkt mij aan vanaf een wikkel met opdruk: Wacht U VOOR' namaak! Oprechte Wortelboer's Kruiden, ik had hier nog nooit van gehoord. Enig speuren op het internet lost ook niets op en laat nog mij met nog vele onbeantwoorde vragen achter. Het enige wat ik over deze vrouw vindt is een vermelding dat Mr. J.PA. Wortelboer ooit een artikel schreef in Gruoninga 22e jaargang 1977 over Jacoba Maria Wortelboer's kruiden. Dit artikel omvat een verslag van de aanval in 1895 van het "Maandblad tegen de Kwakzalverij" aan het adres van de fabrikant van Jacoba Maria Wortelboer's Kruiden te Oude Pekela. Wie hierachter schuilging was voor hem niet zeker. En een stukje tekst op een blog van een familielid wat luidt: Wij vleien ons graag met de gedachte dat wij afstammelingen zijn van een legendarische vrouw, onze oudtante Jacoba Maria Wortelboer. Je moest eens weten, denk ik dan. Er ligt een waas van geheimzinnigheid rond Jacoba Maria Wortelboer Kruiden. Was het Josephus Harmannus Baalman, een doorgewinterde koopman en handelaar of was het zijn vrouw Jacoba Maria Wortelboer, een illustere dame die volgens de tekst op de verpakking schreef dat de kruiden vervaardigd werden volgens een oeroud familierecept. Waarom ik dit schrijf? Ik loop graag op de dingen vooruit, Ik heb het artikel al gelezen, u als lezer nog niet. lk heb al een beetje onderzoek gedaan naar de familie Baalman - Wortelboer, hun voorgeslacht, nazaten en hun ondermiddel. Een deel van het verslag van Mr. J.P.A. Wortelboer heb ik gebruikt en ik denk dat u als lezer na het consumeren hiervan zo uw eigen mening hierover heeft. De kruidenmengsels verkochten ondanks het vernietigende artikel daarna nog steeds goed. In bijna iedere huishouden was wel een pakje te vinden op de schoorsteenmantel. Jacoba Maria Wortelboer's Kruiden en Pekela werden in een adem genoemd, hoewel het van oorsprong, zoals sommige boeken schrijven, niet uit Pekela komt en niet al vanaf 1881 daar te koop was. Tot aan de Tweede Wereldoorlog ging het voorspoedig met het bedrijf, totdat bet uiteindelijk in 1970 vertrok naar Zuidhorn.

Verpakking van Jacoba's Wortelboer Kruiden
Verhuizen, verhuizen, verhuizen en nog eens verhuizen
Jacoba Maria Wortelboer werd geboren te Oude Pekela op 19 mei 1849 als dochter van Liefke Wortelboer, grofsmid en armenmeester (hij beheerde dus de armenkas) der Rooms- Katholieke Kerk te Oude Pekela, en Anna Catherina Bakkers. Op 18 juli 1871 huwde zij te Oude Pekela met de vierjaar oudere Josephus Harmannus Baalman, koopman te Wildervank, geboren 4 oktober 1844 te Wildervank, zoon van Jan Baalman, koopman te Veendam en Catherina Sleeper. Jan Baalman had een kruidenierswinkeltje aan het Oosterdiep A 107. Josephus Harmannus werd gezien als een man die in zijn leven veel beroepen had uitgeoefend. Een man van twaalf ambachten, dertien ongelukken. Een man die alles aanpakte waarvan hij dacht geld mee te kunnen verdienen. Zo was hij op 31 januari 1857 op 12-jarige leeftijd al kajuitwachter op de kof Harmina, daarna was hij koopman, dienstbode en op 11 oktober 1862 inlandse kramer te Veendam. In 1872 woont het gezin in Wildervank, aan het Oosterdiep A 68 waar op 1 augustus van dat jaar hun 1e dochter Catharina Gebiena geboren wordt, op 5 januari 1874 hun tweede dochter Anna Catharina Johanna en op 18 augustus 1875 hun eerste zoon Johannes. Josephus Harmannus is dan koopman. Hij had de fijne kneepjes van het vak van huis uit meegekregen van zijn vader die ook koopman was. Op 1 mei 1876 vestigen ze zich in Ter Apelkanaal, gemeente Vlagtwedde, aan huisnummer 202, waar op 27 mei 1877 hun 3e dochter Johanna Tobina geboren wordt, Josephus is dan nog steeds koopman.Ter Apel was en is een grensdorp en kent door zijn ligging veel verkeer in beide richtingen. Het was toen ook al een knooppunt van zandwegen en waterwegen, Er was zelfs een internationale postverbinding met Haren in Duitsland. Het sociale leven speelde zich veelal af in en rond het café, een ideale plek voor een koopman om een partij goede handelswaar op de kop te tikken. Hij besluit op een gegeven moment om zelf een winkel te beginnen. Rond 1880 heeft hij een winkel in Ter Apel en daar wordt ook hun vierde dochter Gebiena Catharine geboren op 16 mei 1880. Zij overlijdt echter al snel, namelijk op 13 augustus 1881, slechts 15 maanden oud. Op 23 februari 1882 wordt hun 5e dochter Gebina geboren.In de bevolkingsregisters van Vlagtwedde is Josephus Harmannus Baalman rnanufacturier te Ter Apel. Daar begint hij in 1881met de firma 'Jacoba Maria Wortelboer Kruiden'. Schippers van heinde en verre kwamen voor hun bevrachting in de winkels en zo konden ze hun eigen voorraden ook weer aanvullen. In 1881waren er in de Gemeente Vlagtwedde waar Ter Apel onder viel maar liefst 55 winkeliers op een bevolking van bijna 4500 personen, De concurrentie moet moordend zijn geweest. Josephus Harmannus voelde waarschijnlijk de druk van alle concurrentie toenemen en misschien dacht hij dat het tijd was voor iets anders. Rond 1884 verhuizen ze weer, nu naar Nieuwe Pekela, naar B 76 a. De beide Pekela's bloeiden eerst door de turfgraverij. Toen deze op zijn retour was bIoeide Pekela door de scheepsbouw en alles wat daaraan gerelateerd was. Daarnaast speelde landbouw een prominente rol. Ooit had tot gevolg dat er meer ambachten en fabrieken ontstonden om alle mensen in hun noden te voorzien.Hier zagen Josephus Harmannus en Jacoba Maria een nieuwe kans en een afzetmarkt. Hadden ze eerder alleen de kennis, hier hadden ze ook de mogelijkheden om een fabriekje te beginnen om de kruidenmengsels te fabriceren en te distribueren. Jospehus Harmannus Baalman is in Nieuwe Pekela besteller van beroep. Hij zal een hondenkar hebben gehad voor het vervoer van zijn goederen. Veel winkeliers klagen dan al steen en been vanwege de vele venters die deur aan deur gaan met hun goederen. Dit kostte hun omzet.

Hondenkar
Op 16 april 1884 wordt in Nieuwe Pekela hun 6e dochter Godeleva Gerharda geboren, en in dat jaar duiken er op 4 maart in de regionale dag- en weekkranten in de provincie Groningen en Friesland ook voor het eerst advertenties op waarin Jacoba Maria Wortelboer's Kruiden en Pillen worden aangeprezen als middel tegen verkoudheid, gebrek aan eetlust, lusteloosheid, hoofdpijn, borstklachten, slechte spijsvertering of trage ontlasting. AI heel vroeg hadden de fabrikanten van allerlei producten door dat het de vrouw was die bepaalde op welke wijze het huishoudgeld werd besteed. De advertenties waren daarom dan ook heel vrouwgericht. Heel veel advertenties prezen geneesmiddelen aan, vooral tegen maag- , darm en luchtwegaandoeningen. Niet al deze middelen waren even betrouwbaar. De overheid zou pas in 1928 met richtlijnen voor geneesmiddelen reclame komen. De kwakzalvers onder hen hadden dus vrij spel Soms waren ze ook voor bepaalde bevolkingsgroepen bedoeld. Volgende advertentie bijvoorbeeld Is gericht op schippers die in Harlingen moeten zijn, van hen is bekend dat ze niet graag naar de dokter gingen en liever zelf eerst een beetje uitprobeerden.
"Gesteld, dat ge niet wel zijt, een dik hoofd hebt, pijn in de kuiten, zegt: 'kIus geen eten, 'k ben lam in de benen, ik heb ook geen ontlasting genoeg, kortom, ik ben niet goed, maar ... om naar den dokter te gaan, daar zie ik ook tegen aan. Neem dan een pakje kruiden van Jacoba Maria Wortelboer te Oude Pekela, dat maar 30 centen kost, en ge zijt weer fris en opgeknapt en zet niet langer zo'n zuur gezicht tot ergernis van uwe omgeving' Men kon deze pakjes ook bestellen door 40 cent over te maken op postrekening 17039 ten name van Jacoba Maria Wortelboer en dan werden de zakjes franco thuisgestuurd. Het lijkt een beetje op het kopen via internet vandaag de dag. Je weet niet wie erachter zit, er staat geen adres in de advertentie waar je reclameren kunt als het product niet voldoet en je moet maar hopen dat, als je betaalt, het product inderdaad geleverd wordt. Een economische omslag gooit roet in het eten van Baalman zijn hondenkarrenbedrijf. Op 26 februari 1885 arriveert er een schip met rails voor de aanleggen van een tramweg van Winschoten, door Oude en Nieuwe Pekela naar Stadskanaal. Niet lang daarna rijdt er elke dag een stoomtrein met wagons door de Pekela's die op zijn reisgoederen vervoerd van Winschoten naar Stadskanaal. Josephus Harmannus Baalman ziet zijn inkomsten hierdoor dalen. Op 20 november 1885 schrijft hij samen met onder andere H. Abbas, H. Comies, P. Bloem en J. Korthuis, een aantal andere bestellers van goederen en bestuurders van hondenkarren, hiertoe een verzoek tot vrijstelling van tolpacht aan de gemeenteraad vanwege vermindering van hun inkomsten. Een dag later, op 21 november heeft de gemeenteraad met algemene stemmen beslist dat alle bestellers en bestuurders worden vrijgesteld van tolgeld voor hun honden die onder de karren zijn gespannen. Op 10 september l886 wordt hun 3e zoon Bernardus Johannes geboren. Kort daarop overlijdt hun zoon Johannes, 11jaar oud, op 2 november 1886. Op 4 januari 1889 wordt hun 3e zoon Gerhardus Henderikus geboren.Rond 1891 verhuist het gezin nog maar eens een keer en dit keer naar Oude Pekela, waar op 28 mei 1892 hun 7e dochter Hillegonda Geziena geboren wordt. Hij zal hier een huis met een kruidentuin hebben gehad. In de gemeenteverslagen van Oude Pekela wordt maar een aantal keren vermeld hoeveel hectare aan betaalde grond voor artsenij- of andere niet genoemde gewassen worden verbouwd, namelijk in 1891,1892 en 1893. De opbrengst is elk jaar hoger, te weten 9 hectare, 12 hectare en 20 hectare. Ik denk dat je wel kunt stellen dat het goed gaat met de verkoop van de kruidenmengsels en pillen.
Aanval van het Maandblad tegen kwakzalverij
Tot januari 1895, want dan verschijnt er in het "Maandblad tegen de kwakzalverij" een artikel over de genoemde kruiden en in juni van hetzelfde jaar wordt er zelfs een hoofdartikel aan deze kruiden gewijd. Een deel van de tekst heb ik letterlijk overgenomen uit het artikel van Mr. J.P.A. Wortelboer. Het begint met: Tot ons leedwezen hebben wij weer eens een Nederlands product te bespreken. In het noorden van ons land, vooral in de provincie Groningen en Friesland, wordt door grote advertenties, de aandacht gevestigd op de kruiden van Jacoba Maria Wortelboer te Oude Pekela, o.a. op de volgende wijze: "Zijt gij verkouden 'Hebt gij koude gevat' Hebt gij geen eetlust' Neem dan een pakje van mijne kruiden. Duizenden hebben er baat bij gevonden. En waarom zouden zij u niet helpen". En dan volgt het bekende: Doch wacht u voor namaak". Een andere advertentie luidt aldus: "Duizenden hebben baat gevonden door het gebruik van een pakje kruiden, waarop staat Jacoba Maria Wortelboer. Niet alleen tegen de influenza, maar ook tegen gevatte koude, lusteloosheid, slijm, hoest, volheid in de borst, slechte spijsvertering, trage ontlasting, roos, gal, hoofdpijn, pijn onder in den rug, vaak uit een ongestelde maag voortkomende, enz." De gebruiksaanwijzing, bij de kruiden gevoegd, die, evenals sommige advertenties, versierd is met het portret van Mej. Wortelboer (dit krijgt men dus op den koop toe) brengt ons nog verder op de hoogte: Deze krulden, bereid volgens het aloude recept van mijn voorouders, zijn tot nu toe het beste huismiddel tegen vele ongesteldheden en mogen in geen huisgezin ontbreken. Door het gebruik van deze kruiden zal men in vele gevallen van Dokter en Apotheker vrij blijven; bij slechte spijsvertering, trage ontlasting, hoofdpijn, slijm-hoest, gal, roos, influenza, enz., heeft niemand ze gebruikt, of vond baat. De aanprijzing is overbodig, men koopt slechts een pakje voor 30 cent, zet de helft op 2 maatjes jenever, brandewijn, cognac of wijn en neme van dat vocht 3 maal daags een eetlepel vol en men zal spoedig de heilzame uitwerking ondervinden. "Nu, of men werking zal ondervinden! Heilzame Driemaal daags een eetlepel vol jenever of brandewijn zal, tenminste bij vrouwen en kinderen, niet zonder uitwerking blijven. Maar ook zonder den sterken drank zal men van deze kruiden uitwerking bespeuren; de vraag is echter of die werking heilzaam zal zijn en zoo geneeskrachtig als ervan wordt voorgespiegeld" Ons lid, de heer A.H. van Tubergen, te Haarlem, die een pakje kruiden voor ons onderzocht, vond daarin galanga-, gentiaan- en kalmoeswortel, verder kinabast, sennabladen en ... raad ge 't niet .... het brood der kwakzalvers .... Aloë. Nu, er gaat bijna geen maand voorbij, waarin wij niet wijzen op het gevaarlijke van het voortgezet gebruik van aloë, en wanneer wij nu nagaan dat van een aftreksel van deze kruiden dagelijks 3 lepels moeten worden gedronken, dan behoeven wij niet nader uiteen te zetten, dat het gebruik van de kruiden op den duur schadelijk moet werken. Behalve de sterk laxerend werkende sennabladen zullen de andere stoffen geen kwaad doen; zullen ze echter goed doen? Als het te doen is om - met de jenever - een bittertje te bereiden, dan zal men zijn doel wel bereiken, maar als men daarvan genezing verwacht in tal van ziektegevallen, zoals Mej. Wortelboer belooft, dan zou men zich zeer teleurgesteld zien. Zelfs van een beetje kina, in de kruiden aanwezig, heeft men niets te verwachten. Blijven dus over de laxerende middelen aloë en sennabladen. Nu zullen wij geenszins ontkennen dat, somwijlen, een huismiddel als laxeermiddel genomen, ook zonder raad van den geneesheer, goede diensten, bij lichte ongesteldheden, kan bewijzen maar men behoeft, wil men daarvan gebruik maken, niet bij de fabrikante uit Oude Pekela te markt te gaan, en komt dan nog goedkoper terecht. Trouwens de kruiden zijn niet duur, zij kosten slechts 30 cent. Het pakje, en hierin ligt o.i. niet het grote bezwaar van de handelswijze van Jacoba Maria Wortel boer. Het gevaar schuilt meer in de aanbeveling om de laxeermiddelen, niet een enkele maal, maar 3 maal daags te gebruiken, wat, zoals wij zeiden, op den duur schadelijk moet werken maar bovenal daarin (en dit kenmerkt de kruiden juist als een kwakzalversmiddel) dat die genoemd worden "het beste huismiddel tegen vele ongesteldheden". Dit is niet waar. In vele ziekte, in de advertentie genoemd, zou men glad verkeerd doen het advies van Jacoba Maria Wortelboer op te volgen.
Wij waarschuwen daar ernstig tegen; men zal het zichzelf slechts te laat kunnen verwijten, wanneer men de raad van Mej. Wortelboer gesteld heeft boven dien van een geneesheer. Aan Mej. Wortelboer geven wij verder in overweging ('t zal wel niet helpen) den verkoop haar kruiden te staken; er mocht eens een ambtenaar van het Openbaar Ministerie bij het kantongerecht zijn, die haar, op gevoelige wijze, opmerkzaam maakte, dar zij art. 30 van de wet, regelende de uitoefening der artsenijbereidkunde, bij verkoop van ieder pakje kruiden, 5 maal overtreedt. Aloë, kina bast, sennabladen, gentiaan-en kalmoeswortel mogen door onbevoegden, niet beneden de 200 gram voor ieder middel worden verkocht. En zoveel zit er van ieder niet in her pakje kruiden; het weegt, in 't geheel nog geen 200 gram. De depothouders maken zich, bij verkoop, aan dezelfde overtreding schuldig,Het volgende wat Mr. J.PA Wortelboer in zijn artikel aan de kaak stelde was de handtekening op de verpakking. Als je de handtekening vergelijkt op de pakjes van Jacoba Maria Wortelboer en die op haar trouwakte, zie je een significant verschil. Zij kon helemaal niet zo mooi schrijven, vandaar dat, zo schreef Mr. J.P.A. Wortelboer, "jeude Cohen" dit voor haar had gedaan.

Twee keer de handtekening van Jacoba Maria Wortelboer, boven
die van op haar trouwakte en onder die van op de verpakkingen.
Uitspraak Kantongerecht
Voor velen kwam dit als verrassing. Achter Jacoba Maria Wortelboer's Kruiden blijkt een man te zitten, Josephus Harmannus Baalman. Tot op heden had men zijn vrouw in staat van beschuldiging gesteld, Het gezin woonde eerder in Ter Apel. Daar staat en stond toen ook al het Klooster Ter Apel. Bijna elke klooster had een kruidentuin voor medicinaal gebruik, en deze was meestal buiten het klooster gelegen. Weliswaar in Baalmans zijn tijd niet meer als klooster in gebruik, maar toch ... Gaf hem dat inspiratie? Gebruikte hij het portret van zijn vrouw en haar naam als handelsproduct? Of werkte hij samen met zijn vrouw? Had zij toch de kennis via haar voorouders en hij de netwerken om hun product aan de man te brengen? Haar voorgeslacht bestaat echter uit smeden, zeevarenden en scheepsbouwers. Hoe het ook zij, als het tot een rechtszaak komt dan laat Josephus Harmannus verstek gaan.Uit de Veendammer Courant van woensdag 6 maart 1895 volgende bericht:In de zitting van het kantongerecht te Winschoten van 4 maart jl. is Josephus Harmannus Baalman, bierverkoper te Oude Pekela, echtgenoot van Jacoba Maria Wortelboer, bij verstek veroordeeld tot f 100, - boete, of 30 dagen hechtenis, wegens het zonder daartoe bevoegd te zijn verkopen van een geneesmiddel "Oprechte Wortelboer's Kruiden" beneden ene hoeveelheid aangewezen door den minister van Binnenlandse Zaken.
Hij had dus geen opleiding gedaan tot apotheker of drogist. Voor 1865 was het uitoefenen van het vak drogist een door de Staat erkend bedrijf en de kandidaat-drogisten moesten examen doen, die werden afgenomen door een staatscommissie. Na 1865 kon iedereen die geneesmiddelen wou verkopen dat doen als hij zich maar hield aan de beperkingen die Lijst C hen oplegde.
De strijd gaat verder
Het " Maandblad tegen kwakzalverij" denkt dat ze deze strijd gewonnen hebben, maar al gauw laat de firma Jacoba Maria Wortelboer weer van zich horen. Kort na de veroordeling staan er diverse advertenties in de verschillende couranten met de tekst: "Bericht! Het onderzoek van den Wel Ed. Heer Dokter J.J.L. van Rhijn te Winschoten heeft ertoe geleid, dat zich thans in mijne pakjes kruiden geen bestanddelen meer bevinden die 'door de geneeskunde schadelijk voor de mens worden geacht en die niet beneden een bepaald gewicht verkocht mogen worden, daarvoor zijn in plaats Maagversterkende, Urine afvoerende Kruiden, enz., zodat mijn pakjes vrij verkocht mogen worden. Bestellingen worden wederom ingewacht door Jacoba Maria Wortelboer te Oude Pekela". Deze advertentie was tot stand gekomen zonder overleg met Dr. Van Rhijn. ledereen die dit las zou denken dat Dr. Van Rhijn ervoor gezorgd had dat er niets schadelijks meer in de pakjes zat. De waarheid echter is dat Dr. Van Rhijn, in opdracht van justitie, de pakjes had onderzocht op hun inhoud, en hij had debet aan de veroordeling van de fabrikant van Jacoba Maria Wortelboer Kruiden. Dr. Van Rhijn reageert hierop door ook een advertentie te plaatsen waarin hij afstand neemt van de malafide advertenties. Wat had men gedaan. Onderzoek wees uit dat de aloë uit de pakjes verwijderd was, maar de kalmoeswortel zat er nog steeds in. Dit is een stof die op lijst C staat, en nog steeds niet verkocht mocht worden beneden de hoeveelheid van 200 gram door onbevoegden. Dit bewees dat het de firma Jacoba Maria Wortelboer maar weinig kon schelen, als er maar verkocht werd. In een hoofdartikel van het maandblad tegen kwakzalverij werd wederom gewaarschuwd tegen de kruidenfabrikant. "Zal het publiek nu niet inzien dat het beet wordt genomen" De verkoop van kruiden wordt gevaarlijk - ook voor de verkopers - en al snel worden geheel nieuwe kruiden samengesteld en verkocht en met dezelfde aanbeveling afgeleverd. Van dergelijke mensen vertrouwt men zijn gezondheid toe". En de mensen. Die bleven kopen en zworen nog steeds bij de pakjes kruiden. De enige die hier baat bij had was de fabrikant zelf.
Een heleboel reclame maken
De fabrikant van Jacoba Maria Wortelboer's Kruiden laat zien dat hij van alle markten thuis is en met zijn tijd meegaat. Er wordt een heel arsenaal aan reclame attributen verspreid, zoals luciferhouders en zakspiegeltjes, met daarop teksten. Vaak worden ze weggegeven bij aankoop van goederen in verschillende winkels die dienen als distributiepunt voor Jacoba Maria Wortelboer Kruiden. Ook ontdekt de fabrikant dat de weg naar de ouders via het kind loopt. Rond 1900 deelde de firma Jacoba Maria Wortelboer lange linialen uit op scholen met daarop de mededeling dat zij geneeskrachtige kruiden verkocht, Er werden potloden verstrekt met grijsgroene schacht met opdruk: gebruikt Wortelboer's kruiden en Wortelboer's pillen, betere middelen bestaan er niet. Ouders willen toch altijd het beste voor hun kinderen. En het kind leerde lezen op school, terwijl ouders dat vaak niet konden. Er doken reclameboekies op, zoals Liesje en andere verhalen, met reclame van firma Jacoba Maria Wortelboer te Oude Pekela, die deze boekies uitgaf. De drukker van deze blaadjes drukte echter ook eenzelfde soort blaadjes met reclame voor andere winkeliers. Er werden zelfs een rode en een blauwe zegel uitgegeven met het portret van Jacoba Maria Wortelboer. Door het weggeven van al die gratis spullen hoopt de fabrikant meer klanten aan zich te binden. Alles om de omzet te doen stijgen.

Sluitzegel met daarop reclame voor Jacoba Maria Wortelboer's kruiden Er werd nog meer geadverteerd, met "Pertolan" regen kinkhoest en astma, met wonden- en aambeizalf, Wortelboer's olie regen reumatiek en met wormpoeders voor kinderen onder het merk "Fermitan", een soortwormkoeken. Het wilde nog wel eens gebeuren dat een kind buiten speelde en een worteltje uit de grond trok en opat. Grote kans dat de wortel besmet was met een wormeneitje. en dan kreeg je wormen. Dan moest je wormenkoeken eten. Nu was het zo dat kinderen alleen 's zondags een snoepje kregen. De wormkoeken van Jacoba Maria Wortelboer waren een bonk suiker, dus die gingen er wei in, maar of ze hielpen? Lief en leed was ook hun deel. Op 16 januari 1905 overlijdt te Oude Pekela hun dochter Godeleva Gerharda, 20 jaar oud en op 7 november 1909 hun dochter Gebina, 27 jaar oud. Op 18 juli 1911 is hel echtpaar Baalman - Wortelboer 40 jaar getrouwd, wat uitbundig wordt gevierd met kinderen, vrienden, bekenden en kennissen. Een paar dagen later verschijnt er in de krant een bedankje voor de overweldigende belangstelling. Het echtpaar stond dus hoog in aanzien in her dorp.
Nog maar eens een keer verhuizen
Er wordt nog steeds flink geadverteerd, ook in de zachte winter van 1911-1912. In de advertenties van Jacoba Maria Wortelboer staat dat de kruiden niet alleen werken in strenge winters. Maar ook in zachte winters. Het gaat zo goed met de firma Wortelboer, dat Josephus Harmannus Baalman er al snel weer over nadenkt om te verhuizen, waarschijnlijk omdat hij graag wil uitbreiden. Op 4 mei 1912 staat er een advertentie in het "Nieuwsblad van het Noorden" waarop Josephus zijn oog laat vallen. De tekst luidt: Oude Pekela, donderdag den 23 mei 1912, des avonds te 6 uur, in Hotel "De Boer" (Dijkinga) te Oude Pekela, zal ten verzoeke van den heer J.B.T. Feldbrugge te Groningen, in het openbaar worden verkocht: I. Ene nette Herenbehuizing met erf en tuin, staande en gelegen op een mooie stand aan den tramweg, in de nabijheid van de fabriek "AIbion" te Oude Pekela, laatstelijk door Mevr. Wed. J.T. Feldbrugge bewoont, II. Ene behuizing met erf en tuin, mede aldaar, groot 2 aren 80 ca. M. De Boer, Notaris. Hij besluit zich in te schrijven voor perceel I en op 24 mei 1912 lezen we in de krant: Bij de gisteren gehouden verkoping van den hr. Feldbrugge te Oude Pekela, werd koper van perceel I, de heer J.H. Baalman aldaar voor f 3500, - en van perceel II, de heer H. Van Emmen aldaar voor f 1350, -. Nu moet hij zijn oude huis nog kwijt, dus ook hij plaats een advertentie om het huis onderhands te verkopen. Op 28 mei 1912 staat er in "Het Nieuwsblad van het Noorden"; Te koop of te huur; een nette behuizing, bevattende: Voorkamer, Achterkamer, Keuken en ruime Kelder, voorzien van Gasleiding, Put- en Regenwater, staande op den besten stand van Oude Pekela in de nabijheid van verschillende kerken, 't gemeentehuis en postkantoor. Aanvaarding direct. Te bezichtigen iedere namiddag vanaf 3 uur, behalve des Zaterdags, bij den eigenaar en bewoner J.H. Baalman. Aan wie het huis verkocht werd en waar het precies stond heb ik niet kunnen achterhalen, maar een krant uit 1923 vermeld dat er een fabriekje van Wortelboer's Kruiden tegenover kartonfabriek "Erica" stond, wat later dienstdeed als eerste postkantoor. Omdat het nieuwe huis op stadsgronden is gebouwd moet Josephus hiervoor aan de stad Groningen huur betalen. Maar ook daar is onderuit te komen. Bij vonnis van de rechtbank te Winschoten van 31 jan. 1906 werd beslist dat het zogenaamde recht van huurcerter (van de stadsmeier in de Groninger Veenkoloniën) geen zakelijk, doch een persoonlijk recht is. Op 20 augustus 1912 stuurt Josephus Harmannus, nu te boek als drogist, wonende aan kavel D201, groot 6 are, aan de Noordkant het lngedeelte een brief naar Groningen met het verzoek zijn recht als huurcerter op Stadsgronden te Oude Pekela om te zetten in een recht van erfpacht, met advies van de Raadscommissie voor de stadsbezittingen. Een huurcerter is een stadsmeijerrecht. Een stadsmeijer is een huurder van venen die vroeger door de stad Groningen ter ontginning werden uitgegeven. Hij huurt dus voor onbepaalde tijd. Als erkenning van het stadsmeijerrecht betaalde men een jaarlijkse huur aan de Stad en bij verkoop van stadsgrond eiste de stad 5% (20e penning) van de verkoopprijs voor zich op. De Stad had weinig belang bij bet opzeggen van de huur. In dat geval zou zij volgens her landrecht de huurder voor de aangebrachte verbetering het zogenaamde beterschap, moeten betalen. Erfpacht is een zakelijk recht, een vorm van pacht waarbij de pacht niet eindigt als de verpachter sterft (of de pacht opzegt.

Ligging kavel D 201 te Oude Pekela
Bij erfpacht heb je de grond waar je huis op staat niet in eigendom maar in bruikleen. Er wordt in zijn voordeel beslist. Een huis of winkelpand op erfpacht is een stuk goedkoper dan op eigen grond. Nu ik weet waar hij woont, op kavel 0201, kan ik een oude kadasterkaart met de ligging van het perceel over een moderne kaart van deze tijd leggen, en wat blijkt. Kavel D 201 ligt tussen de Cereswijk en de Schipperswijk, op precies dezelfde plek waar later Drogisterij "Bimex", onder leiding van Josephus zoon Bernard Johannes, zijn intrek heeft genomen aan de W.H. Bosgrastraat 22. Lang kunnen ze niet genieten van hun nieuwe onderkomen, want op 26 maart 1914 overlijdt Jacoba Maria Wortelboer te Oude Pekela, 64 jaar oud. Ze wordt begraven op de RK kerkhof te Oude Pekela.
De Spaanse griep
In 1914, vlak voor de 1e Wereldoorlog, werd de drogistenwereld in rep en roer gebracht door een nieuw wetsontwerp. Alleen pothekersassistenten mochten nog geneesmiddelen verkopen. De drogistenbonden verzetten zich hiertegen, met succes. Er werden door hen zelf opleidingen gegeven. Voor die tijd hadden zoons het vak meestal van hun vader geleerd. In 1915 werden er op 10 plaatsen in Nederland vakcursussen gegeven. Daaraan namen 140 mensen deel, en de meesten slaagden in 1917. Bernard Johannes, Josephus zoon hielp al vaak in de winkel van zijn vader. Hij adverteerde in1918 al onder zijn eigen naam Bernard Baalman in de krant, Bernard Johannes zal dus toen ook zijn diploma voor drogist hebben gehaald. Josephus Harmannus trekt zich beetje bij beetje terug uit het bedrijf Dan gebeurt er een wereldwijde ramp. Nog nooit sloeg een griepvirus zo hard toe. Zelfs de beste artsen stonden machteloos. In Azië vielen hierdoor vijftien miljoen slachtoffers, Europa telde ruim twee miljoen doden. Het griepvirus werd vernoemd naar het land waar het voor het eerst uitbrak, Spanje. Het kreeg de naam Spaanse griep. De Spaanse griep zaaide dood en verderf. In drie golven sloeg de epidemie toe: in de zomer van 1918 met ruim 800 doden en in het najaar, toen de zwaarste klap werd uitgedeeld, met ruim 16.000.

In de eerste maanden van 1919 volgde een derde golf en overleden er in Nederland nog eens 2000 mens en aan de Spaanse griep. Juist de gezonden tussen de twintig en veertig jaar kregen de zwaarste klappen. Grote, sterke, kerngezonde kerels vielen zomaar om en zwangere vrouwen waren juist extra kwetsbaar. Het openbare leven werd totaal ontregeld. Mensen kregen de aanbeveling plaatsen te mijden waar veel volk bij elkaar kwam: in bussen en trams, scholen, bioscopen en theaters kon men beter niet komen. Opeengehoopte mensenmassa's waren duidelijk de oorzaak voor de verspreiding van de ziekte. De meeste doden vielen vooral in de arme veenstreken. In sommige gemeenten in Noordoost Groningen en Drenthe zou 10% van de bevolking aan de Spaanse griep gestorven zijn. Doordat ook de artsen niet wisten hoe hiermee om te gaan kwamen er al gauw onder de bevolking geruchten op gang hoe men zich het beste kon beschermen tegen de Spaanse griep. Om maar een paar te noemen: Men moest veel sterke drank drinken, zure spijzen eten, morfine gebruiken, roken, of zichzelf inspuiten met kamfer. In dit soort tijden zijn er altijd mensen die denken munt uit de situatie te kunnen slaan. De lokale kranten stonden vol met advertenties voor drankjes en poedertjes. Het bedrijf Brocades kwam met een desinfecterend gorgeldrankje, men moest Engelse mentholsnuif gebruiken, Het waren allemaal maar lapmiddelen. Niets hielp, Ook de firma Jacoba Maria Wortelboer's Kruiden adverteerde met haar kruidenmengsels, Het hielp bitter weinig. Toch vonden de vele wondermiddelen overal veel kopers. Eind 1919 waren de mensen en de economie weer een beetje bijgekomen van de schrik.Op 25 mei 1925 overleed te Oude Pekela fabrikant en koopman Josephus Harmannus Baalman op de leeftijd van 80 jaar. Hij wordt begraven naast zijn vrouw Jacoba Maria Wortelboer op de RK kerkhof te Oude Pekela, grafnr. 59. In het persoonlijke leven kwam hij over als een charismatische man. Hij wist iedereen met rede te overtuigen om zijn koopwaren af te nemen. Hij werd door sommigen dan ook wei eens vergeleken met een priester, omdat hij zo vurig kon betogen.

Bidprentje van Josephus Harmannus Baalman,
geboren 4 oktober 1844 te Wildervank,
overleden 25 mei te Oude Pekela
Vreemd genoeg is er van het echtpaar wel een grafsteen te vinden op de RK, kerkhof te Oude Pekela, maar deze heeft geen opschrift. Was dit opzet? Hadden ze beide en vooruitziende blik en zagen ze de bui al hangen. Hun graf zou wel eens een bedevaartsoord kunnen worden voor al die mensen die ze geholpen hadden en kozen ze daarom voor de anonimiteit? Of was het andersom? Waren ze soms bang voor vandalisme omdat hun kruiden niet werkten?
De opvolger
Bernard Johannes begint in 1920 onder zijn eigen naam op zijn huisadres aan de W.H. Bosgrastraat niet alleen als drogist maar ook als verzekeringsagent. Bernard Johannes Baalman trouwt op 10 februari 1920 te Onstwedde met Margaretha Anna Borcherts, dochter van Bollewijn Borcherts en Maria Catharina Bulle. Op 29 december 1920 wordt te Oude Pekela hun 1e dochter Jacoba Maria geboren. Op 31 mel 1921 wordt Bernard Johannes. 34 jaar oud, de nieuwe eigenaar van de receptuur voor Jacoba Maria Wortelboer's Kruiden. Zijn vader houdt het dan voor gezien. Direct wordt de naam van de firma veranderd in Jacoba Maria Wortelboer Chem. Pharm. Fabriek. Op 30 december 1922 wordt hun 2e dochter Maria Catherina geboren, en op 13 maart 1924 hun 3e dochter Catharine Margretha. Op 28 augustus 1925 hun 1e zoon, Bolwijn Bernardus. In de buurt stond Bernard Johannes Baalman bekend als een goedlachse man, altijd wel in om een mop te vertellen. Samen met een goede vriend van hem , Hubertus Klasen, experimenteerde hij in die tijd met vloeistoffen. Hubertus Klasen zocht een manier om papier te verstevigen, om hier een papieren conus van te maken voor zijn luidsprekers. Ze vonden een vloeistof uit die, na hierin papier te hebben ondergedompeld, zorgde dat bet papier steviger werd en niet meer resoneerde.

Brief van B.J. Baalman aan Reint Sasker uit 1950 Oprichting van drogisterij- en chemicaliënhandel Bimex
(Baalman's Import Export)
Op 16 maart 1928 wordt hun 2e zoon Josephus Harmannus geboren te Oude Pekela. Op 12 januari 1930 volgt de geboorte van hun 3e zoon Hendrik Johannes. In 1930 wordt ook de verplichte winkelsluiting ingevoerd, Een winkel mag nu maar 20 uur open zijn en moet zondags sluiten. Tussen 1924 - 1930 doen ook de eerste verlichte etalages hun entree. Dan komen de crisisjaren van ongeveer 1929 tot 1940. Door de economische crisis zijn veel mensen verstoken van inkomsten en zoeken hun heil in zelfstandig ondernemerschap, Dit levert veel oneerlijke concurrentie op. Door de hoge werkeloosheid zijn veel gezinnen neerslachtig. De kruiden en pillen van Wortelboer tegen duizeligheid en hoofdpijn vinden dan ook veel afnemers. Op 24 mei 1935 wordt hun 4e dochter Margaretha Anna Alida Maria te Oude Pekela geboren. Op 18 juni 1936 richt Bernard Johannes Baalman de drogisterijen- en chemicalienhandel "Bimex" op, welke voornaamste handelsproducten zijn, zoals uit de omschrijving van het handelsregister blijkt, de fabricage en handel in drogerijen, chemicaliën en geneeskundige preparaten. Eerst aan Wijk VIII No 97, later na een herbenoeming van de straatnamen aan de Albionstraat 379. Zelf woont hij aan de Albionstraat 378, een groot herenhuis, gelegen naast het kleine winkeltje. Bernard Johannes kijkt verder vooruit. Hij wil internationale bekendheid, en dus opent hij ook een agentschap, of zoals het in het Duits heet, een Zweigniederlassung te Leer, aan de Brunnenstr. 2. Hij verkoopt nog steeds Jacoba Maria Wortelboer kruiden. Of hij bij zijn huis een kruidentuin heeft of dat hij de kruiden betrekt uit het buitenland of ergens anders is mij onbekend. Tussen 1930 en 1939 kosten de pakjes kruiden 60 cent, of 3 pakjes voor f 1,70. Verder verkopen en ontwikkelen ze nu ook fotorolletjes. Ook de Tweede Wereldoorlog komt het bedrijf ongeschonden door. Ze hebben op 20 juni 1941 een postadres: PB 86. In januari 1950 gaan vader Bernard Johannes en zoon Bolwijn Bernardus een vennootschap onder firma aan. Het bedrijf zit op 1 november 1951 na de zoveelste herbenoeming nu aan de W.H. Bosgrastraat 2.2. Op 6 september 1956 vragen ze een VWK (Vestigingswet Kleinbedrijf) aan voor het drogisterijbedrijf. Dit is een wet die in 1954 in het leven is geroepen, om de onbekwame van de bekwame winkeliers te scheiden. Er werden nu eisen gesteld aan het winkelierschap, zoals kredietwaardigheid en het hebben van een middenstandsdiploma. Er wordt verschil gemaakt tussen midden- en kleinbedrijf, en als je wilt overleven moer je investeren. De winkeliers vragen de VWK aan omdat ze aanverwante producten willen verkopen of zich op een klein gebied willen specialiseren. Bolwijn Bernardus heeft nu het beheer van de VOF op zich genomen. Er zit vanaf 1951 ook een drogisterij "Bimex" aan de Oosterweg 91 te Groningen. Broer Josephus Harmannus staat hier in de winkel. Hun succesformule werkt enige tijd. Beide winkels verkopen een heel scala aan Wortelboer producten. Op 2 februari 1959 verschijnt er een advertentie in de krant dat de gehele inboedel publiekelijk verkocht ging worden, waarschijnlijk vanwege tegenvallende verkoopcijfers, maar op 9 februari verschijnt er een ander bericht, namelijk dat de verkoop niet door gaat, De "Bimex" in Groningen zit hier nog tot 1963, daarna verschijnt er geen reclame meer in de krant voor dit adres. Op 31 december 1956 wordt de VWK-vergunning voor de vestiging te Oude Pekela afgegeven. Bolwijn Bernardus trouwt op 23 oktober 1956 te Nederhorse den Berg met Clara Maria Welle, dochter van Franciscus Petrus Welle en Clara Soddemann, genaamd Keute. Op 20 oktober 1957 wordt te Oude Pekela Bernard Johannes Bolwijn geboren, het 1e kind van Bolwijn Bernardus en Clara Maria. Bernard Johannes en Bolwijn Bernardus vragen op 5 augustus 1959 ook een milieuvergunning aan, die op 12 december 1959 verleend wordt. Op 7 oktober 1960 vragen ze een vergunning klein handel in drogisterijartikelen aan die op 10 februari 1961wordt verleend. Deze zijn nodig omdat ze met chemicaliën werken en de wetten zijn aangescherpt. "Bimex" heeft nu een bepaalde naamsbekendheid onder de bevolking opgebouwd. Van verre komen mensen hiervoor hun geneesmiddelen en wat belangrijker is nog steeds voor de Wortelboer Kruiden.
.

Vooraanzicht van de gevel en het interieur van drogisterij en
fotohandel "Bimex" aan de W.H. Bosgrastraat 22 te Oude Pekela Brief van Drogisterij en Chemicaliënhandel "Bimex"
te Oude Pekela uit 1943, gericht aan het Groene Kruis
Op 11 januari 1959 wordt te Oude Pekela hun ze zoon Franciscus Petrus Bolwijn geboren en op 22 maart 1962 volgt hun dochter Monica Francisca Maria Bolwijn. In de kranten verschijnen tot ongeveer eind 1964 nog advertenties die Wortelboer's kruiden aanprijzen, daarna komen ze sporadisch nog voor. Bolwijn Johannes deed de laatste jaren al niet veel meer met de drogisterij. Hij focuste zich meer op zijn werkzaamheden als accountant. Op 11 april 1969 overlijdt vader Bernard Johannes Baalman op 82-jarige leeftijd te Winschoten. De VOF wordt na de dood van zijn vader ontbonden, wat betekend dat niet alleen de winst, maar ook de risico's nu alleen op Bolwijn Bernard's nek komen te liggen. Dan breekt er crisis uit te Oude Pekela. Pekela was in de jaren 70 geheel eenzijdig georiënteerd op de strokartonindustrie. Er breken wilde stakingen uit, en de een na de andere fabriek moet sluiten. Daardoor komen mensen zonder werk te zitten, en geven minder uit. Bolwijn Bernard ziet zijn Inkomsten dalen, Bolwijn Bernardus ziet er geen brood meer in te Oude Pekela en met ingang van 12 augustus 1970 verplaatst "Bimex" zich naar Zuidhorn, na eerst nog even een tussenstop te Heusden te hebben gemaakt. Hier wordt Bolwijn Bernardus voltijd accountant. Hij heeft daarnaast ook nog tijd voor een bestuurlijke functie. Van 1972 tot 1978 was Bolwijn Bernard Baalman voorzitter, en daarna nog jarenlang accountant van v.v. Zuidhorn. Dankzij het artikel van Mr. J.P.A. Wortelboer weten we dat in 1978 nog steeds Wortelboer's Kruiden worden verkocht door kleinzoon B.B. Baalman te Zuidhorn. Bolwijn Bernardus Baalman overlijdt uiteindelijk op 13 september 1994 te Zuidhorn. Hieronder ziet u een folder van Borkent Pharmacie. Deze eenmanszaak, gespecialiseerd in de fabricage en handel van farmaceutische en natuurproducten, distribueerde Wortelboerkruiden. Ze produceerden 28 verschillende composities van Wortelboerkruiden, afgestemd op 28 soorten bezwaren, zoals aambeien, astma, blaaslijden, bloedarmoede, hoge en lage bloeddruk etc. Het bedrijf stond tussen 1940 - 1984 onder leiding van G. Borkent, vanaf 1984 onder zijn dochter G.C. Hoen - Borkent. De folder is van 1981 of iets later, en hoe toepasselijk, het bedrijf zit dan te Emmer - Compascuum aan het perceel Wortelboerstraat 2.

Mijn onderbuurman L. Oldenburger kon zich drogist Baalman uit Oude Pekela nog wel herinneren. Een kalend mannetje met een rood brilletje. Hij herinnert zich nog volgende anekdote. Hij liep vroeger bij de weg met handelswaar en kwam daardoor overal. Een collega en hij moesten een keer bij Baalman zijn. Waarom weet hij niet meer, misschien kreeg de collega nog geld of moest hij een k1usje opknappen. Daar aangekomen gingen ze de winkel in. Er stond een hele hoge toonbank, met een aantal kisten ervoor. Achter de toonbank kasten vol met stopflessen, en op de toonbank o.a. een weegschaal en een kassa. Oldenburger's collega was maar een klein mannetje. Baalman kwam de winkel in en vroeg of hij kon helpen. Hij had niet gezien dar er twee mensen in de winkel stonden. De collega ging op een kist staan en zei: "je kijkt zeker over kleintjes heen". Daarna vroeg Baalman aan hen of ze elk een kist mee wilden nemen, naar achter in het magazijn. Hier haalde hij een fles uit de kast. Wortelboer's kruiden zei hij. Ze kregen elk een drankje aangeboden. De collega liet het zich smaken, Oldenburger lustte het echter niet. Opeens kwamen overal mensen vandaan, die begonnen met het maken van pillen, poeders en zalfjes. Na nog enige drankjes te hebben genuttigd gingen ze weer op weg naar huis. Baalman nam in elke hand enkele pepermuntjes, in de linker kleintjes, in de rechter grote pepermunten. "Ik kan jullie deze geven" zei hij en strekte zijn linkerhand uit, "Maar zo ben ik niet', zei hij toen, en gaf hen de grote pepermunten uit zijn rechterhand. De volgende dag sprak de collega Oldenburger aan. "Wat was dat wel niet gisteren~, zei hij. "Ik heb de hele avond en nacht last van mijn buik gehad". Achteraf gezien kwam dat vast door de laxerende ingrediënten in Jacoba Maria Wortelboer's Kruiden. Mijn vaders oma, Henderkien Jager gebruikte ook Wortelboer's middelen. In haar laatste levensjaren had ze last van pijnlijke plekken op haar benen. Soms waren het echt gaten, Hierop smeerde ze zalf van Wortelboer. De gaten verdwenen, de wonden genazen, totdat de tube leeg was, dan kwamen ze net zo snel weer terug.Ook de politiek kent het wondermiddel door alle reclame en gebruikt het soms gekscherend. In "de Tribune, Sociaal Democratisch Weekblad" van 23 november 1932 duikt een stukje op over een nieuwe partij. Er staat: "Er is weer een nieuw merk vaderlandsliefde aan de markt, G.G.G. geheten. Zoals alle kwakzalvers speculeren de zakenlui, die het zaakje lanceren, op de onnozele goedgelovigheid van het publiek. G.G.G. gaat tegelijk tegen burgeroorlog, revolutie, zedenloosheid, communisme en tegen intrekking van de steunuitkeringen aan de werklozen ten strijde. Een soort Jacoba Maria Wortelboers Kruiden voor de bourgeoisie". Het is dus direct duidelijk hoe men hier over Jacoba Maria Wortelboer Kruiden denkt.
Het verhaal is nog niet af
Hoe het verder gaat weet ik niet. Of de firma nog bestaat, of dat hij opgeheven is na de dood van Bolwijn Bernard. Wie weet. Geen van de nazaten en zelfs de huidige producent die ik benaderd heb wil mij blijkbaar informatie verschaffen, Bij de Kamer van Koophandel is geen drogisterij en chemicaliënhandel "Bimex" te Zuidhorn meer bekend. Hier zijn alle handelsregisters op te vragen van na 1993, ook degene die zijn opgeheven. Dit betekent dat het bedrijf voor 1993 is opgeheven of in een ander is opgegaan. Zelf hebben zij geen archief meer. Zij verwijzen mij naar de Groninger Archieven, waar de eerdere handelsregisters moeten liggen. Daar zijn de handelsregisters te raadplegen tot 1975. Verder hebben zij geen gegevens, en zij verwijzen mij weer terug naar de Kamer van Koophandel, en zo is het cirkeltje weer rond. Zo kom ik er dus ook niet achter wat er met het bedrijf gebeurd is. In een brief uit 1995 valt te lezen dat mensen via de intussen apotheker geworden Drs. F.P.B. Baalman, eigenaar van Kring Apotheek St. Andreas te Velden, zoon van Bolwijn Bernard Baalman, de kruiden nog geleverd krijgen. Hij had zijn graad in farmacie gehaald aan de Rijksuniversiteit te Groningen. Zijn moeder, mevr. C. M. Baalman - Welle uit Zuidhorn, vrouw van de in 1994 overleden Bolwijn Bernard Baalman, kon de zakjes kruiden ook nog leveren. Ze kostten nu f 4.50 per zakje van 25 gram, wat goed is voor 5 liter.In 1997 bericht Sonnema in een krantenartikel in de "Leeuwarder Courant" dat het van plan is om twee kruidenbitters op de markt te brengen, één van Beerenburger kruiden en één van Wortelboer kruiden. Blijkbaar is de markt nu open voor iedereen om Wortelboerskruiden te verhandelen.In het archief van het Veenkoloniaal Museum is ook een brief uit eind 1999 te vinden van een kolonist die naar Canada was vertrokken. Op zijn 17e had hij een maagstoornis gehad. Een dokter uit Amsterdam gaf hem een dieet wat hielp, totdat een welgestelde dame hem Jacoba Maria Wortelboer Kruiden adviseerde. Nu was hij 86 jaar, de oude kwaal speelde weer op en hij was op zoek naar de kruiden. Hij schreef een brief die zo begon: "Postbode, bezorg deze brief a.u.b. aan een winkel in Oude Pekela en misschien wel Nieuwe Pekela waar ze Wortelboer Kruiden verkopen". Deze brief kwam uiteindelijk terecht bij Reint Sasker, eigenaar van een café en sigarenzaak te Oude Pekela. Hij had nog contact met de nazaten van Baalman en kon via hen nog enige zakjes regelen. Zelfs in november 2000 krijgt Reint Sasker nog via F.P.B. Baalman de zakjes geleverd, samen met een rijmpje. "Voor de maag, ontlasting wat traag, koorts, griep, gal of slijm, binnen enkele dagen zult ge weer fris en opgeknapt zijn". Hij krijgt de 8 zakjes dan gratis als service. Ze zien er nu wel anders uit. Omdat, zo schrijft F.P.B. Baalman, de oude verpakkingen op waren.
Het geheim van de kruidenmengsels?
Van Jacoba Maria Wortelboer Kruiden kun je dus een kruidenbitter maken. In Nederland zeggen we hiertegen een "aangemaakte bitter' die bereid wordt door maceratie (= langdurig 'koud' laten weken (trekken) van planten (kruiden en specerijen) in alcohol), en niet door distillatie. Niets is zo geheimzinnig als een kruidenbitter. Je kunt je afvragen waarom dat zo is. Komt het omdat ze gewoon lekker zijn of zit er ook een medicinale kant aan? Vroeger werden kruidenbitters vooral als medicijn gebruikt. Ze vallen onder de categorie oer-opkikkers. Hoe ze ontstaan zijn weet men vaak niet meer, of wil men niet vertellen. De maker ervan wil vaak alleen her aantal kruiden noemen waaruit het bestaat, niet de verhoudingen. De voorkeur voor bitter boven zoet stamt al uit de Middeleeuwen. Van nature uit heeft mens en dier behoefte aan iets bitters. De monniken in de Middeleeuwen waren al op zoek naar het levenselixer en brouwden erop los. Ze vonden het niet. Wat ze wel leerden waren alle eigenschappen van de kruiden, vooral de geneeskrachtige.

Dit werd alles vastgelegd in recepten. Deze geheime recepten werden van vader op won, moeder op dochter of monnik op monnik doorgegeven, voor de generaties die na hen kwamen. Voor het maken van levenselixers werden vooral kruiden gebruikt. Vaak waren deze bitter van smaak, juist omdat men dacht dat die smaak de gezondheid ten goede kwam, En nog steeds denken we bij een bitter drankje dat door de dokter wordt voorgeschreven dat het wel goed moet zijn. Het spreekwoord zegt het al: "Bitter in de mond maakt het hart gezond" En wat maakt het nu na zoveel jaar ook uit wie er achter Jacoba Maria Wortelboer's Kruiden zit en of ze werken of niet. Natuurgeneeskunde is niet alleen van deze tijd. Het doel van allen is om een balans te vinden tussen lichaam en geest. Zolang je er iemand anders geen schade mee berokkend is er geen probleem. Wortelboer's kruiden zijn langzamerhand een begrip geworden. Ze hebben zelfs een vermelding gekregen in het "Woordenboek van de Drentse dialecten deel M", geschreven door Dr. C.H. Kocks. Er staat: Wortelboerkruiden - Wortelboerskruiden, een merknaam Wortelboerskruiden holpen veur huil veul zeikten (Erf). Waren net as Haarlemmer Eulie; overal goed veur (Bor). Anno 2012 worden de kruiden nog steeds verkocht, nu door firma Jacob Hooij & Co te Amsterdam. De samenstelling is wel iets anders als die van vroeger In Wortelboerkruiden zitten nu: Jeneverbes, gentiaan, alsem, duizendguldenkruid, galanga, gez. distel, kalmoes, oranjeschil bitter, laurierblad en sandelhoutdist.
Gebruikte Literatuur
- 400 jaar Pekela - Stichting 400 jaar Veenkoloniën i.s.m. Profiel Uitgeverij oktober 2006.
- Artikel Earth Matters 21-03-2012 Farmaceutische Industrie slaat grote slag.
- Artikel Hoe bitter zijn kruidenbitters 27-02-2009 - www.culinair.net.
- Artikel Trouw - een windvlaag des doods - Wybren Verstegen - 03/01/98.
- Artikel Trouw - Kwakkelwinters zijn van alle tijden - Henny de Lange - 11/l2/11.
- Artikel Vestigingswet Gevestigde belangen 8-7-1992 - Lyda Verstegen.
- De geur van de tijd, vijfenzeventig jaar drogistenleven.
- Max Dendermonde, W.J. van de Woestijne, Nijmegen Thieme 1975.
- Een eeuw Nederlandse binnenvaart - Frits R. Loomeijer, Friese Pers Boekerij 1988.
- Et exspëcto resurrecti"enem mortuërum', Grafschriften op de R.K. kerkhof te Oude Pekela - Dick Kuil, Ten Boer 1996.
- Gruoninga 22e jaargang 1977 - Mr. J.P.A. Wortelboer, artikel Jacoba Maria Wortelboer's kruiden.
- Kroniek van Pekela - Dick Kuil, uitgeverij Futurum 1999
- Meester, welbedankt! - C. Wilkeshuis 1968 Uitgeverij A.W. Sijthoff Leiden.
- Nederland rond 1900 - the Reader's Digest 1993.
- Oude Pekela ...toch anders! - W.H. v d Ploeg 1974.
- Veenkoloniale Volksalmanak nr. 10 1998 - Veenkoloniaal Museum